Richtlijnen voor versiering van het paard



De ZRV-jury beoordeelt deelnemende paarden bij het ringrijden op twee onderdelen, die allebei even zwaar tellen:
verzorging en versiering.

 

Paarden die zowel netjes verzorgd als leuk versierd zijn, hebben de meeste kans om in de prijzen te vallen. Paarden
die netjes verzorgd zijn, maar niet versierd, hebben minder kans op een prijs. Ook andersom is dat het geval: wel netjes versierd, maar niet goed verzorgd, is ook minder kans op een prijs.
Dus: een paard met prachtig vlechtwerk en versiering, maar met een roestig bit, onverzorgde hoeven en niets in de staart, zal geen eerste prijs winnen.
Een mooie kleur paard levert geen versieringsprijs op. Het is de verzorging, het vlechten en de versiering die een hoge klassering bepalen.

1. Verzorging

Bij de verzorging let de jury er op dat het paard er netjes uitziet. Is het paard gewassen van tevoren, is de wol gewassen, is het paard (zo mogelijk)
geknipt, enz. Witte benen behoren wit te zijn en niet geel. Het hoofdstel dient deugdelijk te zijn en het bit glanzend en schoon; niet roestig.

Bij bepaalde rassen zoals Welsh cob, Fries, Fjord, Haflinger e.d. is het niet wenselijk om manen en vetlokken te knippen. Deze paarden behoren ‘behang’ te hebben. Maar de jury zal er wel altijd op letten of dit behang er goed verzorgd uitziet, dat wil zeggen: gewassen en verzorgd. Het behang wordt regelmatig tegen gekamd om het voller te laten lijken.
Verder heeft de ZRV-jury er alle begrip voor dat een ringrijder die een paard huurt, geen manen en staart mag knippen van de eigenaar. Maar ook in dat geval zal de jury wél opletten of het paard er goed verzorgd uitziet. Een deelnemer kan in dat geval ook meer versieringspunten halen door het paard extra leuk te versieren. Zo heeft een deelneemster met een gehuurde fjord, die de manen niet mooi in een boog kon knippen, toch een prijs gewonnen omdat ze de manen en de staart zo leuk had versierd (en omdat het paard er verder netjes uitzag).

2. Versiering

Het is ondoenlijk voor de jury om tijdens de wedstrijd in Vlissingen en de 2e Folkloristische Dag alle paarden van cijfers te voorzien. Vandaar dat zij bij de beoordeling al meteen een ruwe schifting maakt van de paarden die afvallen voor beoordeling:

- als alleen de manen zijn ingevlochten en de staart niet;

- paarden waar niets met de manen is gedaan.

De voorkeur van de jury bij de trekpaarden gaat uit naar vlechtwerk en daar versiering aan toevoegen.

Uitgangspunten voor de ZRV-jury bij het vlechten van staarten zijn:
- bij een lange staart behoren drie vlechten;

- bij een korte staart mag één vlecht;

- vlechtwerk moet onderhands zijn;

Voor elk vlechtwerk geldt: hoe fijner, hoe fraaier.

Welke versiering is allemaal toegestaan?

In principe mag alles van versiering: groensel, een fluwelen band met medailles (dit deed men vroeger vaak), lintjes, strikjes, pompoenen, wolletjes. Enige vorm van versiering telt al positief mee in het oordeel van de jury bij de puntentoekenning.

Bij een korte staart, wordt vaak alleen raffia ingevlochten. Dat is dus niet voldoende voor de ZRV-jury. De jury waardeert het extra als er naast raffia ook andere versiering in d e staart zit.Voor de jury maakt het bij de versiering van paarden ook niet uit of er echte bloemen of kunstbloemen worden gebruikt.

Knotjes en matjes mogen ook, het is een vorm van versiering waar vaak evenveel werk aan zit als aan vlechtwerk.
Bij het vlechtwerk maakt het voor de jury niet uit, hoe de kleuren worden ingevlochten. Dus rood-wit-blauwe wol invlechten in de volgorde blauw-rood-wit is geen probleem. Het kan juist heel apart staan.

Beoordeling versiering en verzorging van paard en sjees bij het sjezenrijden

Bij het sjezenrijden beoordeelt de ZRV-jury op twee onderdelen:

Versiering
Sjees-Paard

Beide onderdelen tellen even zwaar.

Beoordeling artistieke jury tijdens Eerste Folkloristische Dag in Middelburg,
de Zeeuws Museum Prijs

De jury van de voormalige VVV Middelburg beoordeelt al jaren de sjezen tijdens de Eerste Folkloristische Dag in Middelburg. Zij zijn genodigden en
betrokkenen bij de Eerste Folkloristische Dag en verrichten hun jury-werkzaamheden apart van de ZRV-vakjury. Als buitenstaanders hadden deze
juryleden er moeite mee dat sommige sjezen geen eerste prijs behaalden, omdat ze niet geheel voldeden aan de technische aspecten. Vaak zagen deze sjezen er juist folkloristisch gezien en qua versiering naar hun oordeel bijzonderder uit dan de sjezen die de hoogste prijzen kregen. Daarom hebben zij toen een artistieke prijs, de Zeeuws Museum Prijs, in het leven geroepen.
Belangrijkste criteria: de kwaliteit van de versiering van het geheel, de kwaliteit van de verzorging en het folkloristische aspect (trekpaard bij voorkeur). Ook telt een bijzondere wijze van versieren (bijv. in 2005 de Pauw van Jenny Paauwe). Overigens let de artistieke jury ook, op aanwijzing van de vakjury, op de combinatie van sjees en paard

 

 

 

   

 



Delta Zeeland Fonds en
Rabobank Clubkas Campagne
zijn ook in 2017 onze grootste
donateurs.